Dit lied staat onder nazaten van de Schokkers bekend als afkomstig van Schokland.
Of dat werkelijk zo is, is moeilijk te zeggen. Dat het veel op het eiland gezongen werd, staat vast, maar of het daar ook werkelijk ontstaan is, is minder zeker.
Nader onderzoek zal moeten uitwijzen of het ook elders in het land gezongen werd. 

Moedermaagd op wie wij hopen,
Zie ons om uw beeld geschaard.
Gij zijt onze zoete toevlucht
In de pelgrimstocht op aard.
Grote Koningin der heem’len,
Neergebogen voor Uw troon
Smeken w’U: Wees onze voorspraak
Bij Uw Goddelijke Zoon.

Sla vanuit het hoogst der heem’len
Uwe blikken op ons neer.
Sluit ons in Uw Moederarmen,
Smeek Uw Zoon, ons aller Heer,
Dat wij heel de tijd van leven
Immer wand’len naar Uw woord,
En vererend U beminnen
In dit aardse ballingoord.

Zij Uw naam naast die van Jezus,
Onze hulp en steun in nood.
Zweef die nog op onze lippen,
Eens in d’ure van de dood.
Op U hopend, goede Moeder,
Heel de reis naar d’eeuwigheid,
Wachten wij met vol vertrouwen
Ook het Rijk der Zaligheid.