Het overgrote deel van de Schokkers die in 1859 het eiland moesten verlaten trok naar Kampen. Vooral in het stadsdeel Brunnepe vestigden zich veel vissersgezinnen, afkomstig van Schokland.
Bij Koninklijk Besluit van 4-7-1859 werd de gemeente Schokland opgeheven en bij Kampen gevoegd. In Kampen zat men daar in het geheel niet om te springen, zoals blijkt uit een brief van de burgemeester aan de Commissaris des Konings, waarin gesteld werd dat het plan in Kampen "met weerzin" was vernomen. B&W van Kampen stelden dat binnen de stadspoorten geen plaats was voor de verarmde Schokkers. In het oude vissersdorpje Brunnepe, even buiten het centrum, kon wel een plaats gemaakt worden.

De Schokkersbuurt

De Schokker onderwijzer Arnoldus Legebeke (1809-1885) kocht op 31-3-1859 twee woningen onder één dak met een flinke tuin, gelegen aan de Noordweg in Brunnepe <1>.

Toen enkele weken later de stroom van Schokkers naar Kampen goed op gang begon te komen, deelde Legebeke zijn tuin in 21 stukken, en stelde die ter beschikking van evenzovele Schokker gezinnen. Ieder gezin betaalde hem hiervoor het schappelijke bedrag van ƒ23,81 (tezamen ƒ500,--). Legebeke bleef eigenaar van de twee aan de Noordweg staande huizen met de daarachter liggende gang.

De meeste Schokkers hadden hun huis op Schokland inmiddels afgebroken. Stenen, balken, planken en kozijnen werden in de schuit geladen en naar Kampen vervoerd. Zoveel mogelijk gebruik makend van dit bouwmateriaal werden in de tuin van de voormalige onderwijzer 21 huisjes opgetrokken, doorgaans 3,25 meter breed en ruim 4 meter diep. De woningen zijn iet in exact dezelfde vorm als op het eiland herbouwd. De typische houten puntgevels ontbraken bijvoorbeeld. Het binnenwerk, de deuren met de merkwaardige onderdeurtjes en de raamkozijnen met de kleine ruitjes waren meestal wel authentiek.

Dat de meeste bewoners leefden van de visvangst is goed te zien aan de huizen in de Schokkersbuurt, want boven in de voorgevels had men luiken gemaakt, waardoor de netten op de zolders gebracht konden worden.
Tussen en achter de huizen bevonden zich paadjes, die gemeenschappelijk eigendom van de bewoners waren. In het middenpad was een pomp en een put, waaruit de Schokkers hun water haalden.

Op 30-10-1859, toen alle woningen inmiddels klaar waren, liet Legebeke de Kamper notaris Rambonnet naar de Schokkersbuurt komen, omdat de verkoop van de grond nog niet officieel vastgelegd was. Van de 21 kopers plaatsten er 15 hun handtekening onder de koopakte; de overige kopers verklaarden "niet te kunnen schrijven, als geen van allen het schrijven geleerd hebbende" <2>.

Hiernaast ziet u de handtekeningen van de verkoper en de kopers:
Arnoldus Legebeke
(1809-1885)
Bruin Bruinsen Bape
(1797-1875)
Jan Gerrits Bien
(1819-1893)
Albert Derks de Boer
(1815-1886)
Jan Alberts Diender
(1817-1885)
Maria Alberts Diender (1820-1889)
Jan Hendriks Diender
(1821-1897)
Albert Hendriks Diender (1826-1913)
 
en iets naaronder, rechts het volgende stel:
  
Harm Jansen Gosen
(1819-1861)
Willem Jacobs Goosen
(1815-1899)
Jan Cornelis Grootjen
(1795-1876)
Dubbel Jansen Kamper
(1812-1885)
Jacob Alberts Klappe
(1822-1895)
Peter Hendriks Kok
(1814-1876)
Jacob Harms Net
(1794-1883)
Bruin Peters Visscher
(1789-1875)

Op 15-1-1860 werd ten huize van Jan Alberts Diender opnieuw een akte ondertekend, waarin ten behoeve van het kadaster nader omschreven werd hoe het terrein onderling verdeeld was <3>.

Met behulp van de gegevens in de notariële akten hebben we een lijst opgesteld, waarop vermeld de 21 gezinnen die eind 1859 de Kamper Schokkersbuurt bevolkten. Daaruit blijkt dat in dat jaar 97 Schokkers zich gevestigd hebben in de voormalige tuin van meester Arnoldus Legebeke. Door overlijden en geboorte is uiteraard in latere jaren de samenstelling van de Schokker gemeenschap regelmatig gewijzigd. Meestal bleven echter kinderen of zelfs kleinkinderen van de oorspronkelijke bewoners wonen in de huisjes, die in 1859 gebouwd werden.

De bewoners van de Schokkersbuurt te Kampen in 1859

Nummer 1.
Maria Alberts Diender (1820-1889), weduwe van Jacob Ruiten (1815-1849), en haar kinderen Reinerus Ruiten (1846-1937) en Jacob Ruiten (1849-1925).
Zij vertrokken op 29-7-1859 van Emmeloord, waar zij op huisnummer 27A woonden.

Nummer 2.
Albert Dirks de Boer (1815-1886), zijn vrouw Anna Alberts Diender (1817-1904), en hun kinderen Jannetje (1841-1920), Hilligje (1843-1880), Louwe (1849-1929), Dirk (1851-1904) en Maria (1859-1864). Zij vertrokken op 6-7-1859 van Emmeloord, waar zij op huisnummer 72 woonden.

Nummer 3.
Jan Hendriks Diender (1821-1897), zijn vrouw Maria Floris Toeter (1824-1909), en hun kinderen Hendrik (1849-1893), Floris (1850-1906), Albert (1853-1861) en Jan (1856-1924).
Zij vertrokken op 20-5-1859 van Emmeloord, waar zij op huisnummer 34 woonden.
"Maria Floris Toeter, vrouw van Jan Hendriks Diender, hebben hunne wooning (Emmeloord, sectie C, nr. 36) afgebroken en vervoert naar Kampen, alwaar zijlieden hunne woonplaats hebben gekozen, en de gemeente verlaten." <4>

Nummer 4.
Albert Hendriks Diender (1826-1913), zijn vrouw Marretje Jansen Kok (1830-1896), en hun zoon Hendrik (1858-1916), alsmede Alberts moeder Machteltje Harmens Koek (1788-1874), weduwe van Hendrik Jansen Diender (1785-1857).
Zij vertrokken op 20-5-1859 van Emmeloord, waar zij op huisnummer 22 woonden.
"Magteltje Harms Koek, wed. Hendrik Diender, en Albert Hendriks Diender hebben hun woning (Emmeloord, sectie C, nr. 26) afgebroken en vervoert naar Kampen, alwaar zijlieden hunne woonplaats hebben gekozen." <4>

Nummer 5.
Peter Hendriks Kok (1814-1876), zijn vrouw Maria Bruinsen Visscher (1822-1907), en hun kinderen Jacoba (1843-1927), Jannetje (1848-1905), Aaltje (1852-1939), Maria (1854-1933) en Hendrik (1857-1931).
Zij vertrokken op 29-6-1859 van Emmeloord, waar zij op huisnummer 21A woonden.
"Peter Kok, afgesloopt en naar Kampen vertrokken met zijn gezin om te wonen." <4>

Nummer 6.
Jan Alberts Diender (1817-1885), zijn vrouw Jannetje Gerrits Bien (1820-1893), en hun kinderen Gerrit (1848-1926), Aaltje (1850-1886), Jacoba (1853-1916) en Albert (1857-1914).
Zij vertrokken 28-6-1859 van Emmeloord, waar zij op huisnummer 38 woonden.
"Jan Albers Diender, afgesloopt (Emmeloord, sectie C, nr. 48), en vervoert naar Kampen en heeft aldaar zijn woning genomen."<4>

Nummer 7.
Jan Gerrits Bien (1819-1893), zijn tweede vrouw Jacobje Alberts Koek (1819-1908), en hun kinderen Jannetje (1850-1866), Albert (1853-1926) en Maria (1856-1933), alsmede zijn inwonende vissersknecht Cornelis Kobus Mossel (1839-1891).
Zij vertrokken op 4-5-1859 van Emmeloord, waar zij woonden op huisnummer 23B.
"Jan Gerrits Bien heeft zijn huijs (Emmeloord, sectie C, no. 28A en B) afgesloopt en vervoert naar Kampen om op te timmeren, en heeft aldaar zijn woonplaats genomen." <4>

Nummer 8.
Eva Bruins Bape (1801-1861), weduwe van Jan Jacobs Konter (1797-1845), haar zoon Bruin Jansen Konter (1830-1904) en zijn vrouw Jacoba Floris Sul (1827-1859), alsmede hun zoontje Jan (1859-1859). Zij vertrokken op 29-6-1859 van Emmeloord, waar zij op huisnummer 23A woonden.
Eva Bape ontvangt 5-4-1859 ƒ100,-- voorschot om haar huis te Emmeloord, sectie C, nr. 28 "af te breken en te Brunnepe te bouwen." <4>
Bruin Jansen Konter hertrouwt in 1861 met Trijntje Alberts Koek (1831-1918).

Nummer 9.
Bruin Bruinsen Bape (1797-1875), weduwnaar van Jannetje Kobus Klappe (1802-1834), en hun zoon Kobus (1833-1910), alsmede Bruins tweede vrouw Trijntje Hendriks Diender (1815-1898) en hun kinderen Bruin (1837-1920), Albert (1843-1927), Hendrik (1846-1867), Maria (1849-1893) en Theunisje (1853-....).
Zij vertrokken op 27-6-1859 van Emmeloord, waar zij op huisnummer 21B woonden.
"Bruijn Bape, afgesloopt en vervoert naar Kampen, waar hij zijn woonplaats heeft gekozen." <4> Het betreft het huis te Emmeloord, sectie C, nr. 84.

Nummer 10.
Kristina Klasen van der Molen (1802-1887), weduwe van Dirk Dubbels Veen (1792-1857), en hun zoon Jan (1836-1927).
Zij vertrokken op 16-6-1859 van Emmeloord, waar zij op huisnummer 44 woonden.
Kristina hertrouwt in 1860 met haar buurman Dubbel Jansen Kamper (1812-1885), weduwnaar van Jannetje Willems Broodbakker (1811-1857).

Nummer 11.
Dubbel Jansen Kamper (1812-1885), weduwnaar van Jannetje Willems Broodbakker (1811-1857), en hun kinderen Willem (1836-....), Jan (1838-1887) en Cornelis (1846-1892).
Zij vertrokken op 16-6-1859 van Emmeloord, waar zij op huisnummer 6B woonden.
Dubbel hertrouwt in 1860 met zijn buurvrouw Kristina Klasen van der Molen (1802-1887), weduwe van Dirk Dubbels Veen (1792-1857). Kristina en haar zoon Jan Veen (1836-1927) verhuizen dan naar nummer 11.

Nummer 12.
Jan Willemsen Kok (1793-1859), zijn vrouw Jannetje Jacobs Konter (1810-1909) en hun kinderen Jacob (1836-1908), Grietje (1842-1915) en Hendrik (1845-1890).
Zij vertrokken op 18-2-1858 van Emmeloord, waar zij op huisnummer 11 woonden.

Nummer 13.
Trijntje Jansen Visscher (1790-1861), weduwe van Hendrik Louwen Diender (1789-1855), en hun dochter Trijntje (1827-1866) met haar man (tevens mede-eigenaar) Harmen Jansen Gosen (1819-1861). Tevens woonde hier Maria Alberts Diender (1849-1862), een kleindochter van Trijntje Jansen Visscher.
Zij vertrokken op 13-5-1859 van Emmeloord, waar zij op huisnummer 29 woonden.
"Trijntje Visscher, vrouw van wijlen Hendrik Louwen Diender, en Harm Gosen: het huijs (Emmeloord, sectie C, nr. 32) gesloopt, verkogt, is weg gevoerd, en zijn vertrokken naar Kampen om aldaar te wonen." <4>

Nummer 14.
Jan Cornelis Grootjen (1795-1876), zijn vrouw Aaltje Teunis Gertzen (1809-1893) en hun kinderen Cornelis (1835-1918), Teunis (1838-1864), Thijmen (1840-1906), Klaasje (1842-1860) en Dubbel (1844-1919).
Zij vertrokken op 27-6-1859 van Emmeloord, waar zij op huisnummer 65 woonden.
Jan Cornelis Grootjen ontvangt op 20-4-1859 ƒ50,-- voorschot"om af te breken en te bouwen". Het betreft het huis te Emmeloord, sectie C, nr. 70. <4>

Nummer 15.
Derk Cornelis Grootjen (1800-1879), zijn vrouw Jannetje Jans Visscher (1799-1862) en hun kinderen Jacoba (1831-1898), Cornelis (1836-1926) en Maria (1839-1918).
Zij vertrokken op 27-6-1859 van Emmeloord, waar zij op huisnummer 65B woonden.
Derk Cornelis Grootjen ontvangt op 20-4-1859 ƒ50,-- voorschot "om af te breken en te bouwen". Het betreft het huis te Emmeloord, sectie C, nr. 7. <4>

Nummer 16.
Jacob Alberts Klappe (1882-1895), zijn vrouw Lijsje Hendriks Diender (1823-1895), en hun kinderen Albert (1850-1920), Maria (1853-1863) en Hendrik (1858-1860).
Zij vertrokken op 28-6-1859 van Emmeloord, waar zij woonden op huisnummer 67B.
"Jacob Albers Klappe, afgebroken, vervoerd naar Kampen en aldaar zijn woonplaats genomen." Het betreft het huis te Emmeloord, sectie C. nr. 87. <4>

Nummer 17.
Bruin Peters Visscher (1789-1875), weduwnaar van Jacobje Alberts Toeter (1795-1858), en hun zoon Peter (1835-1918).
Zij vertrokken op 28-6-1859 van Emmeloord, waar zij op huisnummer 59 woonden.
"Bruijn Peters Visscher, afgesloopt en vervoert naar Kampen en aldaar zijn woonplaats genomen." <4>

Nummer 18.
Jacob Harms Net (1794-1883), zijn vrouw Marretje Jans Sul (1799-1881), en hun kinderen Harm (1829-....) en Jan (1834-....).
Zij vertrokken op 17-5-1859 van Emmeloord, waar zij op huisnummer 46 woonden.
"Jacob Harms Net heeft zijn woning (Emmeloord, sectie C, nr. 51A) verkogt, en is vervoert naar Vollendam, en hij zelve is met zijn gezin vertrokken naar Kampen, alwaar hij woonagtig is." <4>

Nummer 19.
Willem Jacobs Goosen (1815-1899) en zijn moeder Anna Willemsen Bien (1782-1861), weduwe van Jacob Alberts Goosen (1776-1840).
Zij vertrokken op 27-6-1859 van Emmeloord, waar zij op huisnummer 63A woonden.

Nummer 20.
Jacoba Alberts Klappe (1811-1887), weduwe van Alberts Bruins Diender (1814-1857), eerder weduwe van Klaas Alberts Karel (1781-1849), en haar kinderen Klaas Klasen Karel (1840-1909), Bruin Alberts Diender (1851-1915) en Albert Alberts Diender (1855-1937).
Zij vertrokken op 5-4-1859 van Emmeloord, waar zij op huisnummer 20 woonden.
"Jacobje Alberts Klappe, eerst wed. van Klaas Karel, later van Albert Diender, heeft haar woning afgesloopt en afgebroken en vervoerd; woont reeds te Kampen".
Het betreft het huis te Emmeloord, sectie C, nr. 83. <4>

Nummer 21.
Trijntje Reurings Zoet (1806-1875), weduwe van Hendrik Jacobs Bakker (1777-1856), en hun zoon Peter (1837-1904).
Zij vertrokken op 11-5-1859 van Ens, waar zij op huisnummer 4B woonden.
Trijntje Zoet ontvangt op 30-3-1859 ƒ40,-- voorschot "om te beginnen met slopen en de materialen te Urk te verkopen".
Het betreft het huis te Ens, sectie B, nr. 69. <4>
In een volgend nummer zullen wij u een overzicht geven van de andere Schokkers die in 1859 van Schokland naar Kampen verhuisden. Het grootste deel woonde in het stadsdeel Brunnepe, in de buurt van de haven, zoals aan de Veerweg, de Pleinstraat, de Pannekoekendijk, de Buitensingel, de Noordweg en op het Plein.
Hieronder  ziet u de geveltekeningen en plattegronden van de woningen uit de Schokkersbuurt, die weer opgebouwd zijn in het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen.


Van links naar rechts:
 Nummer 8 (Bape), thans KP-6;
 Nummer 6 (Diender), thans KP-4;
 Nummer 5 (Kok), thans KP-3.
 (Bij nummer 6 en 5 is een rekonstruktie van de waarschijnlijk houten achterbouwen getekend)


 

Nummer 4 (Diender), thans KP-2;
Nummer 3 (Diender), thans KP-1;
Nummer 2 (de Boer).




Hierboven ziet u de achtergevels van de panden 2 tot en met 6, gezien vanaf het paadje tussen de woningen. De voorgevels en plattegronden vindt u hieronder. Deze tekeningen, gemaakt in 1949, kunnen wij u tonen dankzij vriendelijke medewerking van het Zuiderzeemuseum te Enkhuizen, waar de huizen 1 en 3 tot en met 8, na afbraak in Kampen, weer opgebouwd zijn. Een bezoek meer dan waard!
 
Rechts: doorsnede van een van de huisjes

Noten
<1> Het perceel was gelegen te Kampen, sectie F, nummers 68, 69 en 70, groot tesamen 10 roe en 17 el. De verkoper was Lubbert Jans van der Weerd, die op 31-3-1859 bij notaris Jan Meijlink zijn handtekening onder de verkoopakte plaatste.
<2> De kopers die niet konden schrijven waren: Jacobje Alberts Klappe (1811-1887), Trijntje Zoet (1806-1875), Eva Bruinsen Bape (1801-1861), Stientje Klaasen van der Molen (1802-1887), Trijntje Jansen Visscher (1790-1861), Jannetje Jacobs Konter (1810-1909) en Derk Grootjen (1800-1879).
Bron: Notarieel Archief Kampen, inv. 424, nr. 4757, d.d. 30-10-1859 (notaris Rambonnet).
<3> Notarieel Archief Kampen, inv. 424, nr. 4836, d.d. 15-1-1860 (notaris Rambonnet).
<4> Gemeente-archief Kampen, Archief van het eiland Schokland: Register van uitgaande stukken betreffende de ontruiming van het eiland, 1859 (inv. 235).
N.B.: elk pand heeft behalve een huisnummer ook nog een kadastraal nummer, dat vooraf gegaan wordt door een sectie-aanduiding. Beide nummeringen komen dus niet meet elkaar overeen!

Bron: Ab Klappe & Bruno Klappe, het Schokker Erf 13, januari 1990
 
Situatie Zuiderzeemuseum.