de haven van Emmeloord op SchoklandTijmen Alberts Klappe werd op 27-4-1831 op Schokland geboren als zoon van Albert Klasen Klappe (1797-1872) en Aaltje Tijmens de Boer (1805-1849) <1>. Zoals zoveel Schokkers moest ook hij dienen in het Nederlandse leger. Hij werd ingediend als milicien bij het Vijfde Regiment Infanterie, Tweede Bataillon, Vierde Compagnie, en waarschijnlijk heeft ook hij, zoals vrijwel elke dienstplichtige, reikhalzend uitgezien naar de dag van zijn afzwaaien. Op 14-9-1853 was voor hem de grote dag aangebroken en werd hij met groot verlof gestuurd. Omdat hij opnieuw onder de wapens geroepen kon worden kreeg hij zijn soldatenuitrusting mee naar huis. Tijmen nam een baantje aan als vissersknecht in Vollenhove en al gauw had hij zijn draai in het dagelijkse leven weer gevonden.

In die jaren was de afstand tussen Schokland en Vollenhove natuurlijk iets moeilijker te overbruggen dan thans, wat waarschijnlijk de reden is geweest dat Tijmen Alberts Klappe geen gehoor gaf aan een oproep om op zaterdag 27-5-1854 voor burgemeester Gillot te verschijnen, om zijn soldatenuitrusting te laten inspekteren en vervolgens te verzegelen. Tijmen meldde zich pas de eerstvolgende woensdag om 11 uur bij zijn burgemeester, die hem vervolgens gepikeerd weg stuurde omdat hij veel te laat was. Gillot gaf daarop de tekortkoming van Klappe door aan de Commissaris van de Koning. Ook schreef hij op 8-6-1854 een brief aan de burgemeester van Vollenhove met het verzoek Tijmen Alberts Klappe aan te laten zeggen dat hij zich onverwijld bij burgemeester Gillot diende te melden, met zijn gehele uitrusting, om daarna zijn straf voor zijn verzuim te ondergaan. En als hij weer niet zou komen opdagen, dan zou hij onmiddellijk naar zijn corps overgebracht worden.
Tijmen liet zich van zijn beste kant zien en meldde zich op 10-6-1854 ter inspectie bij burgemeester Gillot, die al zijn goederen in orde bevond. De burgemeester overhandigde hem vervolgens een arrestatiebevel en beval hem zich te melden bij het Huis van Burgerlijke en Militaire Verzekering (de gevangenis dus) te Zwolle, waar hij een straf van vier dagen zou moeten uitzitten. Gillot had weinig medelijden met hem: "Het komt mij voor dat hij die boete van vier dagen zitten zeer gemakkelijk kan voldoen, daar hij voor niemand heeft te zorgen als voor zijn eigen onderhoud van kledingen".
 
Tijdens zijn gevangenschap is Tijmen Alberts Klappe blijkbaar ziek geweest, want eind juli vroeg burgemeester Gillot aan zijn collega te Vollenhove om aan Klappe te laten weten dat hij onverwijld een bedrag van 0,92 aan verplegingskosten, gemaakt tijdens zijn gevangenschap, bij de burgemeester van Schokland diende te brengen. Gillot was niet van plan een certificaat van onvermogen te verstrekken, want Klappe kon het best wel betalen. Werd de schuld niet afgelost, dan zou Tijmen Alberts Klappe wederom de gevangenis van de binnenkant kunnen bewonderen....
Tijmen koos eieren voor zijn geld en betaalde de 92 centen enkele dagen later <2>.
 
Noten:
1. Tijmen Alberts Klappe overleed op 8-11-1922 in Vollenhove. Hij was gehuwd met Johanna Mossel (1837-1909). Zie ook Het Schokker Erf nr. 6, blz. 30-31. Zijn vader Albert Klaasen Klappe (1797-1872), diens zoon Klaas Klappe (1827-1872) en kleinzoon Willebrord Klappe (1854-1872) verdronken op 15-10-1872 tijdens een hevige storm tussen Schokland en Urk. Zie hiervoor Het Schokker Erf nr. 5, blz. 3-9.
 
2. Gemeente-archief Kampen, Uitgaande Stukken Schokland 1854, nrs. 83, 89, 91, 105 en 112.
 
Foto: de haven van Emmeloord op Schokland.
 
Bron: Bruno Klappe, het Schokker Erf nr. 25,  januari 1994