Emmeloord, getekend door Henry MonnierZoals dat in elke samenleving het geval is, kwamen ook Schokkers weleens in aanvaring met Justitie. In het Gemeente-archief van Kampen vonden we enkele arrestatie-bevelen uit het jaar 1856. Iedereen weet natuurlijk dat Schokkers goud-eerlijke mensen zijn, dus het kan onmogelijk iets ernstigs geweest zijn wat zij gedaan hebben. Ook de hoogte van de opgelegde straf wijst in die richting. Laten we het er maar op houden dat de armoede hen parten heeft gespeeld......
 
In het eerste arrestatiebevel lezen we:
 
Zwolle, den 7 Maart 1856.
Aan den Heer Burgemeester te Schokland. De persoon van Louwe Tromp, oud 54 jaren, arbeider, geboren en woonachtig te Schokland, is bij vonnis mijner Regtbank d.d. 21 februarij jongstleden veroordeeld tot eene gevangenzetting voor den tijd van acht dagen. Ik verzoek UEd.:
1. hem af te vragen of hij een verzoek tot gratie heeft ingediend, zoo ja, mij dit dadelijk te melden;
2. zoo niet, alsdan hem aan te zeggen, dat hij zich tot het ondergaan van de gemelde straf vóór of uiterlijk op vrijdag 14 maart aanstaande, des voormiddags tusschen tien en één uur, bij mij op het parquet moet vervoegen, vooral niet later;
3. op den hierboven vermelden dag onderzoek te doen of door hem aan de oproeping het vereischt gevolg is gegeven, zoo niet de nalatigen onmiddellijk te doen arresteren en gevankelijk herwaarts te doen overbrengen.
De Officier van Justitie te Zwolle.

 
Het tweede arrestatiebevel luidt als volgt:
 
Zwolle, den 25 Maart 1856.
Aan den Heer Burgemeester te Schokland.
De persoon van Albert Bruins Diender, visscher, woonachtig te Schokland, is bij vonnis mijner Regtbank d.d. 6 Maart jongstleden veroordeeld tot eene gevangenzetting voor den tijd van acht dagen. Ik verzoek UEd.:
1. hem af te vragen of hij een verzoek tot gratie heeft ingediend, zoo ja, mij dit dadelijk te melden;
2. zoo niet, alsdan hem aan te zeggen, dat hij zich tot het ondergaan van de gemelde straf vóór of uiterlijk op vrijdag 28 maart aanstaande, des voormiddags tusschen tien en één uur, bij mij op het parquet moet vervoegen, vooral niet later;
3. op den hierboven vermelden dag onderzoek te doen of door hem aan de oproeping het vereischt gevolg is gegeven, zoo niet de nalatigen onmiddellijk te doen arresteren en gevankelijk herwaarts te doen overbrengen.
De Officier van Justitie te Zwolle.

 
Louwe Tromp <1>, die zich op 14 maart moest melden om zijn straf uit te zitten, zag zo tegen zijn aanstaande verblijf in de gevangenis op, dat hij er maar helemaal van af zag .....
De officier van Justitie te Zwolle schreef op 25-3-1856 aan burgemeester Gillot:
"De persoon van L. Tromp, op de bepaalde tijd niet verschenen zijnde, wordt UwEagb. verzocht hem dadelijk te doen arresteren en herwaarts over te brengen, hetwelk u volgens mijne brief van den 7e dezer reeds de 15de dezer verpligt was".
 
Twee dagen later legde burgemeester Gillot uit aan de Officier van Justitie wat er gebeurd was. Dadelijk na de ontvangst van het arrestatiebevel van 7-3-1855 was Louwe Tromp meegedeeld wat dat bevel inhield, waarna hij beloofd had zich op de vastgestelde tijd te melden op het Parket te Zwolle. Op woensdag 12-3-1855 was hij al met de beurtman naar Kampen vertrokken, met medeneming van een begeleidende brief van de burgemeester. Hij had beloofd zich ruimschoots op tijd in Zwolle te melden om zijn straf te ondergaan.
Hoe dichter hij in de buurt van Zwolle kwam, hoe zenuwachtiger hij werd. Het werd hem zo zwaar te moede, dat hij tenslotte maar besloot zich niet te melden.....
 
Acht dagen later kwam hij weer op Schokland aan. Burgemeester Gillot, hoogst verbaasd dat Louwe Tromp nu al terug was, vroeg hem om uitleg. Tromp antwoordde hierop dat hij netjes de brief van de burgemeester afgegeven had aan de heren van het Parket in Zwolle.
Daarop zou hem gevraagd zijn of hij wel in de gevangenis wilde zitten, waarop hij geantwoord had: "Als ik het verdiend heb, dan wel". De meelevende heren zouden toen gezegd hebben: "Gaat dan maar weder naar uw vrouw en kinderen".
 
Toen een kleine week later de Officier van Justitie opheldering vroeg aan burgemeester Gillot over het wegblijven van Tromp, besefte Gillot eindelijk hoe de vork in de steel zat. Onmiddellijk begaf hij zich naar het huis van Tromp om hem aan te houden, maar hij bleek op zee aan het vissen te zijn.
"Zoodra hij te huis komt zal ik hem onmiddellijk doen arresteren en gevankelijk doen overbrengen", schreef Gillot op 27-3-1856 aan de Officier van Justitie.
Blijkbaar enigszins benauwd dat ook de tweede veroordeelde iets dergelijks zou uithalen, schreef Gillot:
"Volgens missive van UwelEd. Gestrenge d.d. 25 Maart j.l. heb ik mij begeven ten huize van Albert Bruins Diender <2> om hem aan te zeggen dat hij zich op den door UwelEd. Gestr. bepaalden tijd op het Parquet bij Uwed. Gestrenge moest vervoegen, ten einde daar de straf te ondergaan waartoe hij op den 6den Maart veroordeeld is. Daar hij echter van huis was om in de Zuiderzee te visschen, zoo heb ik bovenstaande aan zijne vrouw aangezegd, die beloofde om hem dit te zeggen. Indien het mij mogt blijken dat hij aan deze oproeping niet voldoet, dan zal ik hem onmiddellijk doen arresteren en gevankelijk naar UwelEd. Gestrenge over zenden."
 
Noten:
1. Louwe Willems Tromp, geboren 5-10-1802 Emmeloord, overleden 9-8-1871 Kampen, zoon van Willem Jansen Tromp en Gerritjen Cornelissen Baentjes. Hij trouwde 16-5-1839 met Lumme Jacobs Goosen (1810-1850), en hertrouwde 20-9-1850 met Aaltje Dirks Botter (1817-1878).
2. Albert Bruins Diender, geboren Emmeloord 15-1-1814, overleden Emmeloord 11-7-1857, zoon van Bruin Jansen Diender en Maria Alberts Goosen. Hij trouwde Schokland 16-4-1848 met Lijsje Hendriks Diender (1820-1849), en hertrouwde Schokland 1-5-1851 met Jacoba Alberts Klappe (1811-1887).
  
Bron: Ab en Bruno Klappe, het Schokker Erf nr. 29, mei 1995