• Slideheader0
  • Slideheader1
  • Slideheader10
  • Slideheader11
  • Slideheader12
  • Slideheader13
  • Slideheader14
  • Slideheader15
  • Slideheader16
  • Slideheader17
  • Slideheader18
  • Slideheader19
  • Slideheader2
  • Slideheader20
  • Slideheader21
  • Slideheader22
  • Slideheader23
  • Slideheader24
  • Slideheader25
  • Slideheader26
  • Slideheader27
  • Slideheader28
  • Slideheader29
  • Slideheader3
  • Slideheader30
  • Slideheader31
  • Slideheader4
  • Slideheader5
  • Slideheader6
  • Slideheader7
  • Slideheader8
  • Slideheader9
Veertien dagen op een ijsschots Op 13 januari 1849 gaat de Durgerdammer visser Klaas Bording (45) met zijn zonen Klaas (19) en Jacob (17) op de bevroren Zuiderzee (nu IJsselmeer) vissen. De dooi begon al in te zetten maar desondanks beginnen ze met hun netten in een wak te vissen. Ze blijven de hele dag door vissen. Zelfs wanneer het donker wordt houden ze niet op. Opeens merkt een van de zonen dat ze op een ijsschots zitten. Ze zijn losgeraakt van de ijsvlakte. Door een aanwakkerende storm wordt het ijs in stukken gebroken. De mannen zitten gevangen. Dagenlang worden ze door de wind over de Zuiderzee gedreven. Het koude water slaat over de schots. De uitputting slaat toe. De oude Bording wil van de rand van de ijsschots stappen om zichzelf te verdrinken. Hij wordt tegengehouden door zijn zonen. De ijsschots koerst van het zuidelijk gedeelte van de Zuiderzee naar Enkhuizen. Dan draait de wind naar het westen en worden de mannen weggezet naar de eilanden Urk en Schokland. Op 27 januari worden ze meer dood dan levend gered door een Vollenhover visser. De vader en zijn zoon Klaas sterven enkele weken daarna toch. De ontberingen waren hen teveel geweest. De overlevende zoon Jacob heette voortaan in Durgerdam de ijsschotsvisser.

Biblion recensie door Margriet Obers:
Historisch verhaal over een vissersgezin dat in Durgerdam aan de Zuiderzee woont en in de winter van 1849 gaat "botten". Dit is een manier van visvangen onder het ijs. Het is een uiterst riskante onderneming voor de vader en zijn twee zonen. Plotselinge dooi zorgt ervoor dat het ijs breekt en ze drijven af op een ijsschots. Door allerlei ongelukkige omstandigheden drijven ze steeds de verkeerde kant uit en hoort niemand hun noodkreten. Pas na 14 dagen worden ze ontdekt en gered. Helaas is het voor de oudste zoon te laat. Eenvoudig geschreven verhaal met korte zinnen in een gedragen, plechtstatige stijl. Het verhaal geeft informatie over het beroep van visser in de 19e eeuw en de armoede in sommige gezinnen. De sfeer is behoudend christelijk. Voor kinderen uit orthodox protestantse kring die van historische verhalen houden. Vanaf ca. 10 jaar.

De eerste druk dateert uit 1898. Op de website van de Koninklijke Bibliotheek is de 4e druk uit 1921 in zijn geheel te lezen en te downloaden.

Simon Abramsz.
Veertien dagen op een ijsschots - ISBN 9789033114861 - uitgeverij Den Hertog, 2008 - €9,90
Het boek is te bestellen bij de uitgever.